Quickstart: Een virtueel netwerk maken met Azure PortalQuickstart: Create a virtual network using the Azure portal

In deze quickstart leert u hoe u een virtueel netwerk maakt met behulp van de Azure-portal.In this quickstart, you learn how to create a virtual network using the Azure portal. U implementeert twee virtuele machines (VM’s).You deploy two virtual machines (VMs). Vervolgens communiceert u veilig tussen VM’s en maakt u verbinding met VM’s vanaf internet.Next, you securely communicate between VMs and connect to VMs from the internet. Een virtueel netwerk is de basisbouwsteen voor uw privénetwerk in Azure.A virtual network is the fundamental building block for your private network in Azure. Dankzij deze netwerken kunnen Azure-resources, zoals VM’s, veilig met elkaar en met internet communiceren.It enables Azure resources, like VMs, to securely communicate with each other and with the internet.

VereistenPrerequisites

Aanmelden bij AzureSign in to Azure

Meld u aan bij de Azure-portal.Sign in to the Azure portal.

Een virtueel netwerk makenCreate a virtual network

  1. Selecteer Een resource maken in het menu van de Azure-portal.From the Azure portal menu, select Create a resource. Selecteer Netwerk > Virtueel netwerk in Azure Marketplace.From the Azure Marketplace, select Networking > Virtual network.

  2. Typ of selecteer in Virtueel netwerk maken de volgende gegevens:In Create virtual network, enter or select this information:

    InstellingSetting WaardeValue
    AbonnementSubscription Selecteer uw abonnement.Select your subscription.
    ResourcegroepResource group Selecteer Nieuwe maken, voer myResourceGroup in en selecteer vervolgens OK.Select Create new, enter myResourceGroup, then select OK.
    NaamName Voer myVirtualNetwork in.Enter myVirtualNetwork.
    LocatieLocation Selecteer VS - oost.Select East US.
  3. Selecteer Volgende: IP-adressen, en bij IPv4-adresruimte voert u 10.1.0.0/16 in.Select Next: IP Addresses, and for IPv4 address space, enter 10.1.0.0/16.

  4. Selecteer Subnet toevoegen en typ vervolgens myVirtualSubnet bij Subnetnaam en 10.1.0.0/24 bij Subnetadresbereik.Select Add subnet, then enter myVirtualSubnet for Subnet name and 10.1.0.0/24 for Subnet address range.

  5. Selecteer Toevoegen en selecteer vervolgens Controleren en maken.Select Add, then select Review + create. Laat voor de rest de standaardwaarden staan en selecteer Maken.Leave the rest as default and select Create.

  6. Selecteer in Virtueel netwerk maken de optie Maken.In Create virtual network, select Create.

Virtuele machines makenCreate virtual machines

Twee virtuele machines in het virtuele netwerk maken:Create two VMs in the virtual network:

De eerste VM makenCreate the first VM

  1. Selecteer Een resource maken in het menu van de Azure-portal.From the Azure portal menu, select Create a resource.

  2. Selecteer Compute > Windows Server 2019 Datacenter in Azure Marketplace.From the Azure Marketplace, select Compute > Windows Server 2019 Datacenter. Selecteer Maken.Select Create.

  3. Typ of selecteer in Een virtuele machine maken - Basisprincipes de volgende gegevens:In Create a virtual machine - Basics, enter or select this information:

    InstellingSetting WaardeValue
    ProjectgegevensProject details
    AbonnementSubscription Selecteer uw abonnement.Select your subscription.
    ResourcegroepResource group Selecteer myResourceGroup.Select myResourceGroup. U hebt deze resourcegroep in de vorige sectie gemaakt.You created this resource group in the previous section.
    ExemplaardetailsInstance details
    Naam van de virtuele machineVirtual machine name Voer myVm1 in.Enter myVm1.
    RegioRegion Selecteer VS - oost.Select East US.
    BeschikbaarheidsoptiesAvailability options Laat de standaardwaarde Geen infrastructuurredundantie vereist staan.Default to No infrastructure redundancy required.
    InstallatiekopieImage Laat de standaardwaarde Windows Server 2019 Datacenter staan.Default to Windows Server 2019 Datacenter.
    GrootteSize Laat de standaardwaarde Standard DS1 v2 staan.Default to Standard DS1 v2.
    BeheerdersaccountAdministrator account
    GebruikersnaamUsername Voer een gebruikersnaam naar keuze in.Enter a username of your choosing.
    WachtwoordPassword Voer een wachtwoord naar keuze in.Enter a password of your choosing. Het wachtwoord moet minstens 12 tekens lang zijn en moet voldoen aan de gedefinieerde complexiteitsvereisten.The password must be at least 12 characters long and meet the defined complexity requirements.
    Wachtwoord bevestigenConfirm Password Voer het wachtwoord opnieuw in.Re-enter password.
    Regels voor binnenkomende poortInbound port rules
    Openbare poorten voor inkomend verkeerPublic inbound ports Selecteer Geselecteerde poorten toestaan.Select Allow selected ports.
    Binnenkomende poorten selecterenSelect inbound ports Voer HTTP (80) en RDP (3389) in.Enter HTTP (80) and RDP (3389).
    Geld besparenSave money
    Hebt u al een Windows-licentie?Already have a Windows license? Laat de standaardwaarde Nee staan.Default to No.
  4. Selecteer Volgende: Schijven.Select Next: Disks.

  5. Laat de standaardwaarden in Een virtuele machine maken – schijven staan en selecteer Volgende: Netwerken.In Create a virtual machine - Disks, keep the defaults and select Next: Networking.

  6. Selecteer in Een virtuele machine maken - Netwerken de volgende gegevens:In Create a virtual machine - Networking, select this information:

    InstellingSetting WaardeValue
    Virtueel netwerkVirtual network Laat de standaardwaarde myVirtualNetwork staan.Default to myVirtualNetwork.
    SubnetSubnet Laat de standaardwaarde myVirtualSubnet (10.1.0.0/24) staan.Default to myVirtualSubnet (10.1.0.0/24).
    Openbare IPPublic IP Laat de standaardwaarde (nieuw) myVm-ip staan.Default to (new) myVm-ip.
    NIC-netwerkbeveiligingsgroepNIC network security group Laat de standaardwaarde Basis staan.Default to Basic.
    Openbare poorten voor inkomend verkeerPublic inbound ports Laat de standaardwaarde Geselecteerde poorten toestaan staan.Default to Allow selected ports.
    Binnenkomende poorten selecterenSelect inbound ports Laat de standaardwaarden HTTP en RDP staan.Default to HTTP and RDP.
  7. Selecteer Volgende: Beheer.Select Next: Management.

  8. Selecteer in Een virtuele machine maken - Beheer voor Opslagaccount voor diagnose de optie Nieuw.In Create a virtual machine - Management, for Diagnostics storage account, select Create New.

  9. Typ of selecteer in Opslagaccount maken de volgende gegevens:In Create storage account, enter or select this information:

    InstellingSetting WaardeValue
    NaamName Voer myvmstorageaccount in.Enter myvmstorageaccount. Als deze naam al wordt gebruikt, maakt u een unieke naam.If this name is taken, create a unique name.
    Soort accountAccount kind Laat de standaardwaarde Opslag (algemeen gebruik v1) staan.Default to Storage (general purpose v1).
    PrestatiesPerformance Laat de standaardwaarde Standaard staan.Default to Standard.
    ReplicatieReplication Laat de standaardwaarde Lokaal redundante opslag (LRS) staan.Default to Locally-redundant storage (LRS).
  10. Selecteer OK en selecteer vervolgens Controleren en maken.Select OK, then select Review + create. De pagina Beoordelen en maken wordt weergegeven, waar uw configuratie wordt gevalideerd in Azure.You're taken to the Review + create page where Azure validates your configuration.

  11. Als u het bericht Validatie geslaagd ziet, selecteert u Maken.When you see the Validation passed message, select Create.

De tweede VM makenCreate the second VM

Herhaal de procedure in de vorige sectie om nog een virtuele machine te maken.Repeat the procedure in the previous section to create another virtual machine.

Belangrijk

Bij Naam van de virtuele machine voert u myVm2 in.For the Virtual machine name, enter myVm2.

Bij Opslagaccount voor diagnose selecteert u myvmstorageaccount in plaats van er een te maken.For Diagnosis storage account, make sure you select myvmstorageaccount, instead of creating one.

Verbinding maken met een virtuele machine via internetConnect to a VM from the internet

Nadat u myVm1 hebt gemaakt, maakt u verbinding met internet.After you've created myVm1, connect to the internet.

  1. Zoek en selecteer myVm1 in de Azure-portal.In the Azure portal, search for and select myVm1.

  2. Selecteer Verbinding maken en selecteer vervolgens RDP.Select Connect, then RDP.

    Verbinding maken met een virtuele machine

    De pagina Verbinding maken wordt geopend.The Connect page opens.

  3. Selecteer RDP-bestand downloaden.Select Download RDP File. In Azure wordt een RDP-bestand (Remote Desktop Protocol) gemaakt en het bestand wordt gedownload naar de computer.Azure creates a Remote Desktop Protocol (.rdp) file and downloads it to your computer.

  4. Open het RDP-bestand.Open the RDP file. Selecteer Verbinding maken wanneer hierom wordt gevraagd.If prompted, select Connect.

  5. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in die u hebt opgegeven bij het maken van de virtuele machine.Enter the username and password you specified when creating the VM.

    Notitie

    Mogelijk moet u Meer opties > Een ander account gebruiken selecteren om de referenties op te geven die u hebt ingevoerd tijdens het maken van de VM.You may need to select More choices > Use a different account, to specify the credentials you entered when you created the VM.

  6. Selecteer OK.Select OK.

  7. Er kan een certificaatwaarschuwing worden weergegeven wanneer u zich aanmeldt.You may receive a certificate warning when you sign in. Als er een certificaatwaarschuwing wordt weergegeven, selecteert u Ja of Doorgaan.If you receive a certificate warning, select Yes or Continue.

  8. Wanneer het VM-bureaublad wordt weergegeven, minimaliseert u het om terug te gaan naar het lokale bureaublad.Once the VM desktop appears, minimize it to go back to your local desktop.

Communiceren tussen VM'sCommunicate between VMs

  1. Open PowerShell in het externe bureaublad van myVm1.In the Remote Desktop of myVm1, open PowerShell.

  2. Voer ping myVm2 in.Enter ping myVm2.

    U ontvangt een bericht dat er ongeveer als volgt uitziet:You'll receive a message similar to this output:

    Pinging myVm2.0v0zze1s0uiedpvtxz5z0r0cxg.bx.internal.clouda
    Request timed out.
    Request timed out.
    Request timed out.
    Request timed out.
    
    Ping statistics for 10.1.0.5:
    Packets: Sent = 4, Received = 0, Lost = 4 (100% loss),
    

    De ping mislukt omdat ping gebruikmaakt van het Internet Control Message Protocol (ICMP).The ping fails, because ping uses the Internet Control Message Protocol (ICMP). ICMP wordt standaard niet toegestaan via de Windows-firewall.By default, ICMP isn't allowed through the Windows firewall.

  3. Voer de volgende opdracht in om myVm2 toe te staan myVm1 in een latere stap te pingen:To allow myVm2 to ping myVm1 in a later step, enter this command:

    New-NetFirewallRule –DisplayName "Allow ICMPv4-In" –Protocol ICMPv4
    

    Met deze opdracht wordt binnenkomend verkeer van ICMP via de Windows-firewall toegestaan:This command allows ICMP inbound through the Windows firewall:

  4. Sluit de externe bureaubladverbinding met myVm1.Close the remote desktop connection to myVm1.

  5. Voer de stappen in Verbinding maken met een virtuele machine via internet opnieuw uit, maar maak nu verbinding met myVm2.Complete the steps in Connect to a VM from the internet again, but connect to myVm2.

  6. Voer ping myvm1 in vanaf een opdrachtprompt.From a command prompt, enter ping myvm1.

    Er wordt een dergelijk bericht weergegeven:You'll get back something like this message:

    Pinging myVm1.0v0zze1s0uiedpvtxz5z0r0cxg.bx.internal.cloudapp.net [10.1.0.4] with 32 bytes of data:
    Reply from 10.1.0.4: bytes=32 time=1ms TTL=128
    Reply from 10.1.0.4: bytes=32 time<1ms TTL=128
    Reply from 10.1.0.4: bytes=32 time<1ms TTL=128
    Reply from 10.1.0.4: bytes=32 time<1ms TTL=128
    
    Ping statistics for 10.1.0.4:
        Packets: Sent = 4, Received = 4, Lost = 0 (0% loss),
    Approximate round trip times in milli-seconds:
        Minimum = 0ms, Maximum = 1ms, Average = 0ms
    

    U ontvangt antwoorden van myVm1 omdat u ICMP hebt toegestaan via de Windows-firewall op de VM myVm1 in stap 3.You receive replies from myVm1, because you allowed ICMP through the Windows firewall on the myVm1 VM in step 3.

  7. Sluit de externe bureaubladverbinding met myVm2.Close the remote desktop connection to myVm2.

Resources opschonenClean up resources

In deze snelstart hebt u een standaard virtueel netwerk en twee virtuele machines gemaakt.In this quickstart, you created a default virtual network and two VMs. U hebt met één VM verbinding gemaakt via internet en er is er veilige communicatie tussen de twee VM’s geweest.You connected to one VM from the internet and securely communicated between the two VMs.

Wanneer u klaar bent met het gebruiken van het virtuele netwerk en de VM's, verwijdert u de resourcegroep en alle resources die deze bevat:When you're done using the virtual network and the VMs, delete the resource group and all of the resources it contains:

  1. Zoek en selecteer myResourceGroup.Search for and select myResourceGroup.

  2. Selecteer Resourcegroep verwijderen.Select Delete resource group.

  3. Voer myResourceGroup in voor TYP DE RESOURCEGROEPNAAM en selecteer Verwijderen.Enter myResourceGroup for TYPE THE RESOURCE GROUP NAME and select Delete.

Volgende stappenNext steps

Zie Een virtueel netwerk maken, wijzigen of verwijderen voor meer informatie over instellingen voor virtuele netwerken.To learn more about virtual network settings, see Create, change, or delete a virtual network.

Azure staat standaard veilige communicatie tussen VM’s toe.By default, Azure allows secure communication between VMs. Daarentegen zijn alleen inkomende verbindingen met extern bureaublad met Windows-VM's via internet toegestaan.Azure only allows inbound remote desktop connections to Windows VMs from the internet. Zie Netwerkverkeer filteren voor meer informatie over typen VM-netwerkcommunicatie.To learn more about types of VM network communications, see Filter network traffic.

Notitie

Azure-services kosten geld.Azure services cost money. Azure Cost Management helpt u om budgetten op te stellen en waarschuwingen te configureren om uw uitgaven onder controle te houden.Azure Cost Management helps you set budgets and configure alerts to keep spending under control. Analyseer, beheer en optimaliseer uw Azure-kosten met Cost Management.Analyze, manage, and optimize your Azure costs with Cost Management. Raadpleeg voor meer informatie de snelstartgids over de analyse van uw kosten.To learn more, see the quickstart on analyzing your costs.