Ongezonde sensoren in Microsoft Defender voor eindpunt oplossen

Van toepassing op:

Apparaten die zijn gecategoriseerd als onjuist geconfigureerd of inactief, kunnen worden gemarkeerd vanwege verschillende oorzaken. In deze sectie worden enkele uitleg gegeven over de oorzaak van de mogelijke inactiviteit of onjuiste configuratie van een apparaat.

Inactieve apparaten

Een inactief apparaat wordt niet per se gemarkeerd vanwege een probleem. De volgende acties op een apparaat kunnen ertoe leiden dat een apparaat wordt gecategoriseerd als inactief:

Apparaat is niet in gebruik

Als het apparaat om welke reden dan ook niet langer dan zeven dagen is gebruikt, blijft het in de portal de status 'Inactief'.

Apparaat is opnieuw geïnstalleerd of hernoemd

Een opnieuw geïnstalleerd of hernoemd apparaat genereert een nieuwe apparaatentiteit in Microsoft Defender-beveiligingscentrum. De vorige apparaatentiteit blijft behouden met de status 'Inactief' in de portal. Als u een apparaat opnieuw hebt geïnstalleerd en het Defender for Endpoint-pakket hebt geïmplementeerd, zoekt u naar de naam van het nieuwe apparaat om te controleren of het apparaat normaal rapporteert.

Apparaat is offboarded

Als het apparaat buiten het bord is geplaatst, wordt het nog steeds weergegeven in de lijst met apparaten. Na zeven dagen moet de status van het apparaat worden gewijzigd in inactief.

Apparaat verstuurt geen signalen

Als het apparaat om welke reden dan ook geen signalen meer dan zeven dagen naar een van de Kanalen van Microsoft Defender voor Eindpunt verstuurt, inclusief voorwaarden die onder verkeerd geconfigureerde apparatenclassificatie vallen, kan een apparaat als inactief worden beschouwd.

Verwacht u dat een apparaat de status 'Actief' heeft? Open een ondersteuningsticket.

Onjuist geconfigureerde apparaten

Verkeerd geconfigureerde apparaten kunnen verder worden geclassificeerd als:

  • Communicatie met verminderde werking
  • Geen sensorgegevens

Communicatie met verminderde werking

Deze status geeft aan dat er beperkte communicatie is tussen het apparaat en de service.

De volgende voorgestelde acties kunnen helpen bij het oplossen van problemen met een verkeerd geconfigureerd apparaat met communicatieproblemen:

Als u corrigerende acties hebt ondernomen en de apparaatstatus nog steeds niet is geconfigureerd, opent u een ondersteuningsticket.

Geen sensorgegevens

Een verkeerd geconfigureerd apparaat met de status 'Geen sensorgegevens' heeft communicatie met de service, maar kan slechts gedeeltelijke sensorgegevens rapporteren. Volg theses actions to correct known issues related to a misconfigured device with status 'No sensor data':

Als u corrigerende acties hebt ondernomen en de apparaatstatus nog steeds niet is geconfigureerd, opent u een ondersteuningsticket.

Zie ook