Kerneigenschappen in PowerAppsCore properties in PowerApps

OverzichtOverview

Configureer of de gebruiker een besturingselement kan zien er hier invloed op heeft.Configure whether the user can see and interact with a control.

EigenschappenProperties

Default: de aanvankelijke waarde van een besturingselement voordat deze door de gebruiker wordt gewijzigd.Default – The initial value of a control before it is changed by the user.

DelayOutput: ingesteld op true om actie tijdens tekstinvoer te vertragen.DelayOutput – Set to true to delay action during text input.

DisplayMode: mogelijke waarden zijn Bewerken, Weergeven of Uitgeschakeld.DisplayMode – Values can be Edit, View, or Disabled. Configureert of invoer van de gebruiker is toegestaan (Bewerken), alleen gegevens worden weergegeven (Weergeven) of is uitgeschakeld (Uitgeschakeld).Configures whether the control allows user input (Edit), only displays data (View) or is disabled (Disabled). In de modus Weergevenworden alleen de tekstwaarden van invoerbesturingselementen zoals Tekstinvoer, Vervolgkeuzelijst, Datumkiezer weergegeven en worden niet alle interactieve elementen of versieringen weergegeven.In View mode, input controls such as Text input, Drop down, Date Picker will only display the text value and will not render any interactive elements or decorations. Hierdoor zijn ze geschikt om te worden weergegeven in Formulieren of als leesbare uitvoer.This makes them suitable to be displayed in Forms or as readable output.

Items: de gegevensbron die wordt weergegeven in een besturingselement zoals een galerie, een lijst of een grafiek.Items – The source of data that appears in a control such as a gallery, a list, or a chart.

OnChange: de manier waarop de app reageert wanneer de gebruiker de waarde van een besturingselement wijzigt (bijvoorbeeld door een schuifregelaar aan te passen).OnChange – How the app responds when the user changes the value of a control (for example, by adjusting a slider).

OnSelect: de manier waarop de app reageert wanneer de gebruiker op een besturingselement tikt of klikt.OnSelect – How the app responds when the user taps or clicks a control.

Reset: of een besturingselement wordt teruggezet op de standaardwaarde.Reset – Whether a control reverts to its default value. Zie ook de functie Opnieuw instellen.Also see the Reset function.

Text: de tekst die wordt weergegeven in een besturingselement of die de gebruiker in een besturingselement typt.Text – Text that appears on a control or that the user types into a control.

Tooltip: beschrijvende tekst die wordt weergegeven wanneer de gebruiker een besturingselement aanwijst.Tooltip – Explanatory text that appears when the user hovers over a control.

Value: de waarde van een besturingselement voor invoer.Value – The value of an input control.

Visible: hiermee wordt aangegeven of een besturingselement zichtbaar of verborgen is.Visible – Whether a control appears or is hidden.