Aangepaste velden beherenManage custom fields

U kunt een of meer aangepaste velden in een entiteit maken en bijwerken.You can create and update one or more custom fields in any entity. Als u een aangepast veld maakt, geeft u een aantal eigenschappen op, bijvoorbeeld de naam en de weergavenaam van het veld, en het type gegevens dat het kan bevatten.When you create a custom field, you specify a set of properties, such as the field's name, its display name, and the type of data that it will contain. Zie Entity field data types (Gegevenstypen voor entiteitsvelden) en Entity field properties (Eigenschappen van entiteitsvelden) voor meer informatie.For more information, see Enity field data types and Entity field properties.

Notitie

Elke entiteit heeft systeemvelden, zoals velden die aangeven wanneer een record voor het laatst is bijgewerkt en wie dat heeft gedaan.Every entity has system fields, such as fields that indicate when a record was last updated, and who updated it. Daarnaast hebben standaardentiteiten standaardvelden.In addition, standard entities have standard (default) fields. U kunt systeemvelden en standaardvelden niet wijzigen of verwijderen.You can't modify or delete system fields or standard fields. Als u een aangepast veld maakt, moet dit naast deze ingebouwde velden extra functionaliteit bieden.If you create a custom field, it should provide functionality on top of these built-in fields.

Een veld makenCreate a field

  1. Ga naar powerapps.com en vouw de sectie Common Data Service uit en klik of tik op Entiteiten in het linkernavigatiedeelvenster.On powerapps.com, expand the Common Data Service section and click or tap Entities in the left navigation pane. Er wordt een lijst met entiteiten weergegeven.A list of entities appears. Klik of tik op de kolomkop Type om aangepaste entiteiten bovenaan de lijst weer te geven.To show custom entities at the top of the list, click or tap the Type column header. U kunt de lijst ook filteren door een of meer tekens in het zoekvak te tikken.You can also filter the list by typing one or more characters in the search bar.

  2. Klik of tik op een entiteit en vervolgens bovenaan het scherm op Add field.Click or tap an entity, and then click or tap Add field near the top of the screen.

  3. Geef onder Weergavenaam de regel tekst op waarmee het veld voor gebruikers wordt geïdentificeerd.Under Display name, specify the string of text that will identify the field to users. Zie Een app maken voor meer informatie.For more information, see Create an app.

  4. Geef onder Naam de regel tekst op waarmee naar het veld wordt verwezen, bijvoorbeeld in een formule als u een app aan het maken bent.Under Name, specify the string of text that you will use to refer to the field in, for example, a formula when you build an app.

    Belangrijk

    Geef een naam op die uniek, duidelijk en zinvol is omdat u de naam niet meer kunt wijzigen als het veld is gemaakt.Specify a name that's unique, clear, and meaningful, because you can't change the name after you create the field.

  5. Geef onder Type het type gegevens in het veld op, bijvoorbeeld Tekst of Getal.Under Type, specify the type of data that the field will contain, such as Text or Number.

    Belangrijk

    Denk hier goed over na, omdat u deze eigenschap niet meer kunt wijzigen als het veld gegevens bevat.Specify this property carefully, because you might not be able to change it after the field contains data. Zie (Wat zijn entiteiten?) voor informatie over de gegevenstypen die u kunt opgeven.For information about the types of data that you can specify, see Understand entities.

  6. Wanneer u daarom wordt gevraagd, geeft u aanvullende informatie op over het opgegeven gegevenstype.If you're prompted, specify additional information for the data type that you specified.

  7. Schakel onder Uniek het selectievakje in als elke record een unieke waarde in dit veld moet bevatten.Under Unique, select the check box if every record must have a unique value in this field.

  8. Schakel onder Vereist het selectievakje in als elke record een waarde in dit veld moet bevatten.Under Required, select the check box if every record must have a value in this field.

    Belangrijk

    Van een aangepast veld in een standaardentiteit kan niet worden vereist dat het gegevens bevat.You can't require that a custom field in a standard entity contain data. Deze beperking voorkomt dat u grote problemen krijgt met apps die van die entiteit afhankelijk zijn.This restriction prevents you from breaking any apps that rely on that entity.

  9. Klik of tik op Opslaan om uw wijzigingen in te dienen.Click or tap Save to submit your changes.

    Belangrijk

    De wijzigingen gaan verloren als u ze niet opslaat voordat u een andere pagina in de browser opent of de browser sluit.Your changes will be lost if you don't save them before you open another page in the browser or exit the browser.

Er wordt een bericht weergegeven wanneer de bewerking is voltooid.You're notified when the operation is completed successfully. Als de bewerking is mislukt, wordt een foutbericht weergegeven met de problemen die zijn opgetreden, zodat u die kunt corrigeren.If the operation is unsuccessful, an error message indicates the issues that occurred and how you can fix them.

Een veld bijwerken of verwijderenUpdate or delete a field

  1. Klik of tik op powerapps.com op Beheren, klik of tik op Entiteiten en vervolgens op een entiteit.On powerapps.com, click or tap Manage, click or tap Entities, and then click or tap an entity.
  2. Klik of tik in de lijst met velden voor de geselecteerde entiteit op een veld en volg een van de volgende twee stappen:In the list of fields for the entity that you selected, click or tap a field, and then follow one of these steps:

    • Wijzig een of meer eigenschappen van het veld.Change one or more properties of the field. Denk daarbij aan de aanbevolen procedures en beperkingen.Keep in mind the best practices and restrictions.

      Druk op de TAB-toets om de volgende eigenschap te selecteren. Als u alle wijzigingen ongedaan wilt maken, klikt of tikt u op het beletselteken (…) voor het veld en klikt of tikt u op Ongedaan maken.To select the next property, press Tab. To undo all changes to a field, click or tap the ellipsis (...) for the field, and then click or tap Undo.

    • Verwijder het veld door op het bijbehorende beletselteken (…) aan de rechterkant van het veld te klikken of tikken en vervolgens op Verwijderen te klikken of tikken.Delete the field by clicking or tapping the ellipsis (...) near the right edge of the field, and then clicking or tapping Delete.
  3. Klik of tik op Opslaan om uw wijzigingen in te dienen.Click or tap Save to submit your changes.

    Belangrijk

    De wijzigingen gaan verloren als u ze niet opslaat voordat u een andere pagina in de browser opent of de browser sluit.Your changes will be lost if you don't save them before you open another page in the browser or exit the browser.

Er wordt een bericht weergegeven wanneer de bewerking is voltooid.You're notified when the operation is completed successfully. Als de bewerking is mislukt, wordt een foutbericht weergegeven met de problemen die zijn opgetreden, zodat u die kunt corrigeren.If the operation is unsuccessful, an error message indicates the issues that occurred and how you can fix them.

Aanbevolen procedures en beperkingenBest practices and restrictions

Houd bij het maken en wijzigen van velden rekening met het volgende:As you create and modify fields, keep these points in mind:

  • Systeemvelden en hun waarden kunnen niet worden gewijzigd of verwijderd.You can't modify or delete system fields or their values.
  • In een standaardentiteit kunt u geen standaardveld wijzigen of verwijderen, een veld toevoegen waarvoor gegevens zijn vereist of een andere wijziging aanbrengen waardoor een app die van die entiteit afhankelijk is, defect kan raken.In a standard entity, you can't modify or delete a standard (default) field, add a field that requires data, or make any other change that might break an app that relies on that entity.
  • Bij een aangepaste entiteit moet u ervoor zorgen dat een app die van die entiteit afhankelijk is, niet defect kan raken door eventuele wijzigingen.In a custom entity, you should make sure that the changes that you make won't break any app that relies on that entity.
  • Geef elk aangepast veld een naam die uniek is binnen die entiteit. U kunt de naam van een eenmaal gemaakt veld niet wijzigen.You must give each custom field a name that's unique within the entity, and you can't rename a field after you create it.
  • U kunt het gegevenstype van ieder veld wijzigen, mits het veld nog geen gegevens bevat.You can change the data type of any field, provided that the field doesn't yet contain data. Als het veld al gegevens bevat, kunt u het gegevenstype alleen wijzigen als de aanwezige gegevens voldoen aan de vereisten voor het nieuwe gegevenstype.If the field already contains data, you can change the data type, provided that all the existing data meets the requirements of the new data type. U kunt bijvoorbeeld het gegevenstype van een veld wijzigen van Getal in Tekenreeks, maar u kunt het gegevenstype niet wijzigen van Tekenreeks in Getal als het veld niet-numerieke gegevens bevat.For example, you can change the data type of a field from Number to String, but you can't change the data type from String to Number if the field contains non-numerical data.
  • Een app die gebruikmaakt van een entiteit kan defect raken als u een veld in die entiteit op een van de volgende manieren wijzigt:You might break an app that uses an entity if you modify a field in that entity in one or more of these ways:
    • U wijzigt het gegevenstype van het veld.You change the field's data type.
    • U stelt waarden vereist, maar een of meer records bevatten geen waarde in dat veld.You require values, but one or more records don't contain a value in that field.
    • U stelt unieke waarden vereist, maar als twee of meer records bevatten dezelfde waarde in dat veld.You require unique values, but two or more records contain the same value in that field.

Volgende stappenNext steps

PrivacyverklaringPrivacy notice

Met Common Data Model van Microsoft PowerApps worden aangepaste entiteits- en veldnamen in onze diagnostische systemen verzameld en bewaard.With the Microsoft PowerApps common data model we collect and store custom entity and field names in our diagnostic systems. We gebruiken die kennis om Common Data Model voor onze klanten te verbeteren.We use this knowledge to improve the common data model for our customers. De entiteits- en veldnamen die u maakt, geven ons inzicht in veelgebruikte scenario's binnen de Microsoft PowerApps-community. Met behulp daarvan kunnen we bepalen wat er ontbreekt bij de standaardentiteiten van de service, zoals schema's voor organisaties.The entity and field names that Creators create help us understand scenarios that are common across the Microsoft PowerApps community and ascertain gaps in the service’s standard entity coverage, such as schemas related to organizations. De gegevens in de databasetabellen die aan deze entiteiten zijn gekoppeld, zijn niet toegankelijk voor en worden niet gebruikt door Microsoft. Ook worden de gegevens niet gerepliceerd buiten de regio waarin de database is ingericht.The data in the database tables associated with these entities is not accessed or used by Microsoft or replicated outside of the region in which the database is provisioned. De aangepaste entiteits- en veldnamen worden echter mogelijk wel gerepliceerd in andere regio's. Ze worden verwijderd in overeenstemming met ons bewaarbeleid voor gegevens.Note, however, the custom entity and field names may be replicated across regions and are deleted in accordance with our data retention policies. Microsoft hecht veel waarde aan uw privacy, zoals beschreven in ons Vertrouwenscentrum.Microsoft is committed to your privacy as described further in our Trust Center.