Omgevingen beheren in PowerAppsEnvironments administration in PowerApps

In het PowerApps-beheercentrum kunt u omgevingen beheren die u hebt gemaakt en waarvoor u bent toegevoegd aan de rol Omgevingsbeheerder.In the PowerApps admin center, manage environments that you've created and those for which you have been added to the Environment Admin role. Vanuit het beheercentrum kunt u de volgende beheeracties uitvoeren:From the admin center, you can perform these administrative actions:

  • Omgevingen maken.Create environments.
  • De naam van omgevingen wijzigen.Rename environments.
  • Een gebruiker of groep toevoegen aan of verwijderen uit de rol Environment Admin of Environment Maker.Add or remove a user or group from either the Environment Admin or Environment Maker role.
  • Een Common Data Service-database voor de omgeving inrichten.Provision a Common Data Service database for the environment.
  • Beleid instellen ter preventie van gegevensverlies.Set Data Loss Prevention policies.
  • Databasebeveiligingsbeleid instellen (als open of beperkt door databaserollen).Set database security policies (as open or restricted by database roles).
  • Leden met de rol Algemeen beheerder van de Azure AD-tenant (inclusief Office 365 algemeen beheerders) kunnen ook alle omgevingen beheren die in hun tenant zijn gemaakt en tenant-brede beleidsregels instellen.Members of the Azure AD tenant Global administrator role (includes Office 365 Global admins) can also manage all environments that have been created in their tenant and set tenant-wide policies.

Toegang tot het PowerApps-beheercentrumAccess the PowerApps admin center

U opent als volgt het PowerApps-beheercentrum:To access the PowerApps admin center:

Voor het beheren van een omgeving in het PowerApps-beheercentrum, moet u een van deze rollen hebben:To manage an environment in the PowerApps admin center, you must have one of these roles:

  • De rol Omgevingsbeheerder voor de omgeving ofthe Environment Admin role of the environment, or
  • De rol Algemeen beheerder voor uw Azure AD- of Office 365-tenant.the Global Administrator role of your Azure AD or Office 365 tenant.

U hebt ook PowerApps-abonnement 2 of Flow-abonnement 2 nodig voor toegang tot het beheercentrum.You also need either PowerApps Plan 2 or Flow Plan 2 to access the admin center. Zie voor meer informatie de PowerApps-pagina met prijzen.For more information, see the PowerApps pricing page.

Belangrijk: alle wijzigingen die u in het PowerApps-beheercentrum aanbrengt, hebben invloed op het Flow-beheercentrum en vice versa.Important: Any changes that you make in PowerApps admin center affect the Flow admin center and vice versa.

Een omgeving makenCreate an environment

Klik eerst op + Nieuwe omgeving om een dialoogvenster te openen en een omgeving te maken.First, click + New environment to open a dialog box and create an environment.

Voer dan de volgende gegevens in:Then enter the following info:

EigenschapProperty BeschrijvingDescription
Naam van omgevingEnvironment name Voer de naam van uw omgeving in.Enter the name of your environment.
RegioRegion Kies de locatie waar u uw omgeving wilt hosten.Choose the location to host your environment. We raden een locatie aan die zich het dichtst bij uw gebruikers bevindt.We recommend using a location closest to your users. Als uw appgebruikers bijvoorbeeld in Londen zitten, kiest u een locatie in Europa.For example, if your app users are in London, choose a Europe location. Als uw appgebruikers zich in New York bevinden, kiest u de Verenigde Staten. Zie Ondersteunde regio's voor een lijst van ondersteunde omgevingsregio's.If your app users are in New York, choose the U.S. See Supported regions for a list of supported environment regions.
Een database voor deze omgeving makenCreate a database for this environment Schakel dit selectievakje in om een Common Data Service-database te maken voor deze omgeving.Select this check box to create a Common Data Service database for this environment. Een database kan worden opengesteld voor alle gebruikers in de omgeving of worden beperkt tot databaserollen.A database can be configured to either be open to all users in the environment or restricted to database roles. Zie Configure database security (Databasebeveiliging configureren) voor meer informatie.For more information, see Configure database security.

Selecteer ten slotte Een omgeving maken.Finally, select Create an environment.

De nieuwe omgeving verschijnt in de tabel met omgevingen.The new environment appears in the environments table.

Notitie

Wanneer u een omgeving maakt, krijgt u voor die omgeving automatisch de rol Omgevingsbeheerder.When you create an environment, you are automatically added to the Environment Admin role for that environment.

Uw omgevingen weergevenView your environments

Wanneer u het beheercentrum opent, wordt standaard het tabblad Omgevingen weergegeven met een lijst van alle omgevingen waarvoor u omgevingsbeheerder bent (zoals hieronder weergegeven):When you open the admin center, the Environments tab appears by default and lists all the environments for which you are an Environment Admin (as shown below):

Als u lid bent van de rol Algemeen beheerder van uw Azure AD- of Office 365-tenant, worden alle omgevingen weergegeven die zijn gemaakt door gebruikers in uw tenant, omdat u automatisch omgevingsbeheerder bent voor al deze omgevingen.If you are a member of the Global Administrator role of your Azure AD or Office 365 tenant, all the environments that have been created by users in your tenant appear, because you're automatically an Environment Admin for all of them.

De naam van uw omgeving wijzigenRename your environment

  1. Open het PowerApps-beheercentrum, zoek de omgeving waarvan u de naam wilt wijzigen in de lijst en klik of tik erop.Open the PowerApps admin center, find the environment to be renamed in the list, and click or tap it.

  2. Klik of tik op Details.Click or tap Details.

  3. Typ de nieuwe naam in het tekstvak Naam en klik vervolgens op Opslaan.in the Name text box, enter the new name, then click Save.

Uw omgeving verwijderenDelete your environment

  1. Klik of tik in het PowerApps-beheercentrum op de omgeving die u wilt verwijderen.In the PowerApps admin center, click or tap the environment that you want to delete.

  2. Klik of tik op Details.Click or tap Details.

  3. Klik of tik op Omgeving verwijderen om uw omgeving te verwijderen.Click or tap Delete environment to delete your environment.

Een Common Data Service-database voor een omgeving makenCreate a Common Data Service database for an environment

Als een omgeving nog geen database heeft, kan een omgevingsbeheerder er een maken in het PowerApps-beheercentrum met de volgende stappen.If an environment doesn't already have a database, an Environment Admin can create one in the PowerApps admin center by following these steps. Alleen gebruikers met PowerApps-abonnement 2 kunnen Common Data Service-databases maken.Only users with a PowerApps Plan 2 license can create Common Data Service databases.

  1. Selecteer een omgeving in de tabel met omgevingen.Select an environment in the environments table.

  2. Selecteer het tabblad Database.Select the Database tab.
  3. Selecteer Een database maken.Select Create a database.

    Wanneer de database is ingericht, wordt dit bevestigingsbericht weergegeven:When the database is provisioned, this confirmation message appears:

Nadat u een database hebt gemaakt, kiest u een beveiligingsmodel.After you create a database, choose a security model. Zie Configure database security (Databasebeveiliging configureren) voor meer informatie.For more information, see Configure database security.

Beveiliging van uw omgevingen beherenManage security for your environments

OmgevingsmachtigingenEnvironment permissions

Alle gebruikers in de Azure AD-tenant van een omgeving zijn ook gebruikers van deze omgeving.In an environment, all the users in the Azure AD tenant are users of that environment. Maar als ze meer bevoegdheden willen, moet hun een specifieke omgevingsrol worden toegewezen.However, for them to play a more privileged role, they need to be added to a specific environment role. Omgevingen hebben twee ingebouwde rollen die toegang bieden tot machtigingen in een omgeving:Environments have two built-in roles that provide access to permissions within an environment:

  • Personen met de rol Omgevingsbeheerder kunnen in een omgeving alle beheerderstaken uitvoeren, met inbegrip van:The Environment Admin role can perform all administrative actions on an environment including the following:

    o Een gebruiker of groep toevoegen aan of verwijderen uit de rol Omgevingsbeheerder of Omgevingsmakero Add or remove a user or group from either the Environment Admin or Environment Maker role.

    o Een Common Data Service-database voor de omgeving inrichteno Provision a Common Data Service database for the environment.

    o Alle resources die in een omgeving zijn gemaakt, weergeven en behereno View and manage all resources created within an environment.

    o Beleid instellen ter preventie van gegevensverlies.o Set data loss prevention policies. Zie Data loss prevention policies (Beleid ter preventie van gegevensverlies) voor meer informatie.For more information, see Data loss prevention policies.

  • Personen met de rol Environment Maker kunnen in een omgeving resources maken, met inbegrip van apps, verbindingen, aangepaste connectors, gateways en stromen met behulp van Microsoft Flow.The Environment Maker role can create resources within an environment including apps, connections, custom connectors, gateways, and flows using Microsoft Flow. Omgevingsmakers kunnen ook de apps die ze in een omgeving hebben gemaakt, distribueren naar andere gebruikers in uw organisatie.Environment Makers can also distribute the apps they build in an environment to other users in your organization. Ze kunnen de app delen met individuele gebruikers, beveiligingsgroepen of alle gebruikers in de organisatie.They can share the app with individual users, security groups, or all users in the organization. Zie Een app delen in PowerApps voor meer informatie.For more information, see Share an app in PowerApps.

Een omgevingsbeheerder kan als volgt via het PowerApps-beheercentrum een omgevingsrol toewijzen aan een gebruiker of beveiligingsgroep:To assign a user or a security group to an environment role, an Environment Admin can take these steps in the PowerApps admin center:

  1. Selecteer de omgeving in de tabel met omgevingen.Select the environment in environments table.

  2. Selecteer Rollen van de omgeving op het tabblad Beveiliging.On the Security tab, select Environment roles.
  3. Selecteer de rol Omgevingsbeheerder of Omgevingsmaker.Select either the Environment Admin or Environment Maker role.

  4. Geef de naam op van een of meer gebruikers of beveiligingsgroepen in Azure Active Directory of geef aan dat u uw hele organisatie wilt toevoegen.Specify the names of one or more users or security groups in Azure Active Directory, or specify that you want to add your entire organization.

  5. Selecteer Opslaan om de toewijzingen van de omgevingsrol bij te werken.Select Save to update the assignments to the environment role.

Als u alle machtigingen voor een gebruiker of groep wilt verwijderen, klikt of tikt u op het pictogram x bij de betreffende gebruiker of groep.To remove all permissions for a user or a group, click or tap the x icon for that user or group.

Notitie

Gebruikers of groepen die aan deze omgevingsrollen zijn toegewezen, krijgen niet automatisch toegang tot de omgevingsdatabase (indien aanwezig). Zij moeten afzonderlijk toegang krijgen van de eigenaar van een database.Users or groups assigned to these environment roles are not automatically given access to the environment’s database (if it exists) and must be given access separately by a Database owner. Zie Configure database security (Databasebeveiliging configureren) voor meer informatie.For more information, see Configure database security.

DatabasebeveiligingDatabase security

De gebruikersrollen en machtigingensets van de database bepalen of u de mogelijkheid hebt om een databaseschema te maken en aan te passen en om verbinding maken met de gegevens in een database die in uw omgeving is ingericht.The ability to create and modify a database schema and to connect to the data stored within a database that is provisioned in your environment is controlled by the database's user roles and permission sets. U kunt de gebruikersrollen en machtigingensets voor de database van uw omgeving beheren in de sectie Gebruikersrollen en Machtigingensets van het tabblad Beveiliging. Zie Configure database security (Databasebeveiliging configureren) voor meer informatie.You can manage the user roles and permission sets for your environment's database from the User roles and Permission sets section of the Security tab. For more information, see Configure database security.

Notitie

Omgevingsbeheerders kunnen geen gebruikersrollen en machtigingensets maken en beheren voor de database van een omgeving.Environment Admins do not have access to create and manage user roles and permission sets for an environment's database. Deze mogelijkheid is beperkt tot leden van de gebruikersrol Database-eigenaar.This power is limited to members of the Database owner user role.

GegevensbeleidData policies

Gegevens van een organisatie moeten worden beveiligd en mogen niet worden gedeeld met mensen die hier geen toegang toe horen te hebben.An organization's data must be protected so that it isn't shared with audiences that should not have access to it. U kunt hiertoe een beleid instellen dat bepaalt met welke consumentenservices en connectorspecifieke bedrijven gegevens mogen worden gedeeld.To protect this data, you can create and enforce policies that define which consumer services and connector-specific business data can be shared with. Een beleid dat definieert hoe gegevens mogen worden gedeeld, wordt aangeduid als beleid ter preventie van gegevensverlies (DLP).Policies that define how data can be shared are referred to as data loss prevention (DLP) policies. U kunt het DLP-beleid voor uw omgevingen beheren in de sectie Gegevensbeleid van het PowerApps-beheercentrum.You can manage the DLP policies for your environments from the Data Policies section of the PowerApps admin center. Zie Data loss prevention policies (Beleid ter preventie van gegevensverlies) voor meer informatie.For more information, see Data loss prevention policies.

Veelgestelde vragenFrequently asked questions

Hoeveel omgevingen kan ik maken?How many environments can I create?

Elke gebruiker kan maximaal twee omgevingen maken.Each user can create up to two environments.

Hoeveel databases kan ik inrichten?How many databases can I provision?

Elke gebruiker kan tot twee omgevingen inrichten.Each user can provision up to two databases.

Kan ik de naam van een omgeving wijzigen?Can I rename an environment?

Ja, deze functionaliteit is beschikbaar vanuit het PowerApps-beheercentrum.Yes, this functionality is available from the PowerApps admin center. Zie Environment Administration (Beheer van omgeving) voor meer informatie.See Environments Administration for more details.

Kan ik een omgeving verwijderen?Can I delete an environment?

Ja, deze functionaliteit is beschikbaar vanuit het PowerApps-beheercentrum.Yes, this functionality is available from the PowerApps admin center. Zie Environment Administration (Beheer van omgeving) voor meer informatie.See Environments Administration for more details.

Kan ik als omgevingsbeheerder alle resources (apps, stromen, API's enz.) voor een omgeving weergeven en beheren?As an Environment Admin, can I view and manage all resources (apps, flows, APIs, etc.) for an environment?

Ja, de mogelijkheid om de apps en stromen voor een omgeving te bekijken, is beschikbaar via het PowerApps-beheercentrum.Yes, the ability to view the apps and flows for an environment is available from the PowerApps admin center. Raadpleeg Apps weergeven voor meer informatie.See View Apps for more details.

Welke licentie bevat Common Data Service?Which license includes Common Data Service?

PowerApps-abonnement 2.PowerApps Plan 2. Zie de PowerApps-pagina met prijzen voor meer informatie over de abonnementen met deze licentie.See PowerApps pricing page for details on all the plans that include this license.

Kan Common Data Service worden gebruikt buiten een omgeving?Can the Common Data Service be used outside of an environment?

Nee.No. Voor Common Data Service is een omgeving vereist.Common Data Service requires an environment.