Overzicht van omgevingenEnvironments overview

Omgevingen zijn een nieuw concept in PowerApps.Environments are a new concept in PowerApps. Eenvoudig gezegd is een omgeving een ruimte waarin u de zakelijke gegevens, apps en stromen van uw organisatie kunt opslaan, beheren en delen.Put simply, an environment is a space to store, manage, and share your organization’s business data, apps, and flows. Een omgeving doet ook dienst als container voor het scheiden van apps met verschillende rollen, beveiligingsvereisten of doelgroepen.They also serve as containers to separate apps that may have different roles, security requirements, or target audiences. Hoe u voordeel haalt uit omgevingen, is afhankelijk van uw organisatie en de apps die u probeert te maken.How you choose to leverage environments depends on your organization and the apps you are trying to build. Bijvoorbeeld:For example:

  • U kunt ervoor kiezen om alleen apps te maken in één omgeving.You may choose to only build your apps in a single environment.
  • U kunt afzonderlijke omgevingen maken waarin de test- en productieversies van uw apps worden gegroepeerd.You might create separate environments that group the Test and Production versions of your apps.
  • U kunt afzonderlijke omgevingen maken die overeenkomen met de specifieke teams of afdelingen in uw bedrijf, en die elk de relevante gegevens en apps voor elke doelgroep bevatten.You might create separate environments that correspond to specific teams or departments in your company, each containing the relevant data and apps for each audience.
  • U kunt ook afzonderlijke omgevingen maken voor de verschillende algemene vertakkingen van uw bedrijf.You might also create separate environments for different global branches of your company.

Bereik van omgevingEnvironment scope

Elke omgeving wordt gemaakt onder een Azure AD-tenant en alleen gebruikers binnen die tenant hebben toegang tot de bronnen in die omgeving.Each environment is created under an Azure AD tenant, and its resources can only be accessed by users within that tenant. Een omgeving is ook gebonden aan een geografische locatie, zoals de Verenigde Staten.An environment is also bound to a geographic location, like the US. Wanneer u een app in een omgeving maakt, wordt deze app rondgestuurd naar alleen datacenters in die geografische locatie.When you create an app in an environment, that app is routed to only datacenters in that geographic location. De items die u in die omgeving maakt (inclusief verbindingen, gateways, stromen met behulp van Microsoft Flow en nog veel meer) zijn ook gebonden aan de locatie van de omgeving.Any items that you create in that environment (including connections, gateways, flows using Microsoft Flow, and more) are also bound to their environment’s location.

Elke omgeving kan één of geen Common Data Service-database hebben, die opslag voor uw apps bieden.Every environment can have zero or one Common Data Service databases, which provides storage for your apps. De mogelijkheid om een database voor uw omgeving te maken, is afhankelijk van de licentie die u voor PowerApps aankoopt en uw machtiging in deze omgeving.The ability to create a database for your environment will depend on the license you purchase for PowerApps and your permission within that environment. Zie Prijzen voor meer informatie.For more information, see Pricing info.

Wanneer u een app in een omgeving maakt, is deze app alleen gemachtigd om verbinding te maken met de gegevensbronnen die ook in diezelfde omgeving zijn geïmplementeerd, met inbegrip van verbindingen, gateways, stromen en Common Data Service-databases.When you create an app in an environment, that app is only permitted to connect to the data sources that are also deployed in that same environment, including connections, gateways, flows, and Common Data Service databases. Stel dat u twee omgevingen, met de naam 'Test' en 'Ontw', hebt gemaakt met in elk van die omgevingen een Common Data Service-database.For example, let’s consider a scenario where you have created two environments named ‘Test’ and ‘Dev’ and created a Common Data Service database in each of the environments. Als u in de omgeving 'Test' een app maakt, is deze alleen gemachtigd om verbinding te maken met de database 'Test' en niet met de database 'Ontw'.If you create an app in the ‘Test’ environment, it will only be permitted to connect to the ‘Test’ database, it won't be able to connect to the ‘Dev’ database.

Er is ook een proces om resources tussen omgevingen te verplaatsen.There is also a process to move resources between environments. Zie Migrate resources (Resources migreren) voor meer informatie.For more information, see Migrate resources.

OmgevingsmachtigingenEnvironment permissions

Omgevingen hebben twee ingebouwde rollen die toegang bieden tot machtigingen in een omgeving:Environments have two built-in roles that provide access to permissions within an environment:

  • Personen met de rol Environment Admin (omgevingsbeheerder) kunnen in een omgeving alle beheerderstaken uitvoeren, met inbegrip van:The Environment Admin role can perform all administrative actions on an environment including the following:

    • Een gebruiker of groep toevoegen aan of verwijderen uit de rol Environment Admin of Environment MakerAdd or remove a user or group from either the Environment Admin or Environment Maker role

    • Een Common Data Service-database voor de omgeving inrichtenProvision a Common Data Service database for the environment

    • Alle resources die in een omgeving zijn gemaakt, weergeven en beherenView and manage all resources created within an environment

    • Beleid instellen ter preventie van gegevensverlies.Set data loss prevention policies. Zie Data loss prevention policies (Beleid ter preventie van gegevensverlies) voor meer informatie.For more information see Data loss prevention policies.

  • Personen met de rol Environment Maker kunnen in een omgeving resources maken, met inbegrip van apps, verbindingen, aangepaste connectors, gateways en stromen met behulp van Microsoft Flow.The Environment Maker role can create resources within an environment including apps, connections, custom connectors, gateways, and flows using Microsoft Flow.

Environment Makers die apps in een omgeving maken, kunnen deze apps ook distribueren naar andere gebruikers in uw organisatie door de app te delen met individuele gebruikers of beveiligingsgroepen, of naar alle gebruikers in de organisatie.Environment Makers can also distribute the apps they build in an environment to other users in your organization by sharing the app with individual users, security groups, or to all users in the organization. Zie Een app delen in PowerApps voor meer informatie.For more information, see Share an app in PowerApps.

Gebruikers of groepen die aan deze omgevingsrollen zijn toegewezen, krijgen niet automatisch toegang tot de omgevingsdatabase (indien aanwezig). Zij moeten afzonderlijk toegang krijgen van de eigenaar van een database.Users or groups assigned to these environment roles are not automatically given access to the environment’s database (if it exists) and must be given access separately by a Database owner. Zie Configure database security (Databasebeveiliging configureren) voor meer informatie.For more information, see Configure database security.

Gebruikers of beveiligingsgroepen kunnen aan een van deze twee rollen worden toegewezen door een Environment Admin van het PowerApps-beheercentrum.Users or security groups can be assigned to either of these two roles by an Environment Admin from the PowerApps admin center. Zie Environment Administration (Beheer van omgeving) voor meer informatie.For more information, see Environment Administration.

De standaardomgevingThe default environment

PowerApps maakt automatisch één standaardomgeving voor elke tenant, die door alle gebruikers in die tenant wordt gedeeld.A single default environment is automatically created by PowerApps for each tenant and shared by all users in that tenant. Wanneer nieuwe gebruikers zich aanmelden voor PowerApps, worden ze automatisch toegevoegd aan de rol Maker van de standaardomgeving.Whenever a new user signs up for PowerApps, they are automatically added to the Maker role of the default environment. De standaardomgeving wordt in de dichtstbijzijnde regio van de standaardregio van de AAD-tenant gemaakt.The default environment is created in the closest region to the default region of the AAD tenant.

Notitie

Aan de rol Admin van de standaardomgeving worden niet automatisch gebruikers toegevoegd.No users will be added to the Environment Admin role of the default environment automatically. Zie Environment Administration (Beheer van omgeving) voor meer informatie.For more informaton, see Environment Administration.

De standaardomgeving heet: "{naam van Azure AD-tenant} (standaard)"The default environment is named as follows: “{Azure AD tenant name} (default)”

Een omgeving kiezenChoosing an environment

Door de introductie van omgevingen ziet u een nieuwe ervaring wanneer u naar https://web.powerapps.com gaat. De apps, verbindingen en andere items die zichtbaar zijn op de site worden nu gefilterd op basis van de huidige omgeving die is geselecteerd.With the introduction of environments, you will now see a new experience when you come to https://web.powerapps.com. The apps, connections, and other items that are visible in the site will now be filtered based on the current environment that is selected. Uw huidige omgeving is vermeld in de omgevingskiezer rechts van de kop.Your current environment is specified in the environment picker near the right edge of the header. Als u een andere omgeving wilt kiezen, klikt of tikt u op de kiezer om een lijst met beschikbare omgevingen weer te geven.To choose a different environment, click or tap the picker, and a list of available environments appears. Klik of tik op de omgeving waartoe u toegang wenst.Click or tap the one you wish to enter.

In de kiezer worden omgevingen weergegeven als u aan een van de volgende voorwaarden voldoet:An environment will show up in your picker if you meet one of the following conditions:

  • U bent lid van de rol Environment Admin voor de omgeving.You are a member of the Environment Admin role for the environment.
  • U bent lid van de rol Environment Maker voor de omgeving.You are a member of the Environment Maker role for the environment.
  • U bent geen Environment Admin of Environment Maker van de omgeving, maar u hebt tot ten minste één app in de omgeving toegang gekregen als 'Medewerker'.You are not an Environment Admin or Environment Maker of the environment, but you have been given ‘Contributor’ access to at least one app within the environment. Zie Een app delen voor meer informatie.For more information, see share an app. In dit geval kunt u geen apps maken in deze omgeving.In this case, you will not be able to create apps in this environment. U kunt alleen de bestaande apps wijzigen die met u zijn gedeeld.You will only be able to modify the existing apps that have been shared with you.

Een omgeving makenCreating an environment

Wie kan omgevingen maken?Who can create environments?

Uw licentie bepaalt of u omgevingen kunt maken.Your license determines whether you can create environments.

LicentieLicense Gemachtigd om omgeving te makenEnvironment creation is allowed
PowerApps P2PowerApps P2
PowerApps P2-proefversiePowerApps P2 Trial
PowerApps P1PowerApps P1 xx
PowerApps P1-proefversiePowerApps P1 Trial xx
Dynamics 365-abonnementenDynamics 365 Plans xx
Office 365-abonnementenOffice 365 Plans xx
Dynamics 365-abonnementen voor Apps en TeamsDynamics 365 Apps and Teams Plans xx

Elke gebruiker kan maximaal twee omgevingen maken.Each user can create up to two environments.

Waar kunnen omgevingen worden gemaakt?Where can environments be created?

U kunt nieuwe omgevingen maken in PowerApps.com en vanuit het PowerApps-beheercentrum.You will be able to create new environments from PowerApps.com and from the PowerApps admin center. Als u een omgeving maakt, wordt u voor die omgeving automatisch toegevoegd aan de rol Environment Admin.If you create an environment, they you will automatically be added to the Environment Admin role for that environment. Er is geen limiet op het aantal omgevingen waaraan u kunt deelnemen als lid van de rol Environment Admin of Environment Maker.There is not be a limit on the number of environments that you can be participate in as a member of the Environment Admin or Environment Maker role. Zie Environment Administration (Beheer van omgeving) voor meer informatie.For more information, see Environment Administration.

Wat verandert er voor PowerApps Preview-gebruikers?What will change for PowerApps Preview users?

Gebruikers die aan de PowerApps-preview hebben deelgenomen, zullen enkele wijzigingen gewaarworden in hun ervaring met de introductie van omgevingen.Any user that has participated in the PowerApps preview will see some changes in their experience with the introduction of environments. De volgende tabel geeft aan wat gebruikers binnen en buiten de Verenigde Staten kunnen verwachten:The following table lists what U.S. users and non-U.S. users can expect:

UserUser Wat gebeurt erWhat happens
Preview-gebruiker die een Common Data Service-database heeft gemaaktPreview user who created a Common Data Service database U ziet een omgeving met de naam "Omgeving van {uw eigen naam}" die uw Common Data Service-previewdatabase bevat en alle apps die u ervoor hebt ontwikkeld.You will see an environment called “{Your name}’s environment” that contains your preview Common Data Service database and any apps that you built against it. U wordt toegevoegd aan de rollen Environment Maker en Environment Admin van deze omgeving en als een database-eigenaar van de database.You will be added to the Environment Maker role and Environment Admin role of this environment and as a Database owner of the database. Wanneer PowerApps algemeen beschikbaar komt, zullen we de metagegevens van de Common Data Service bijwerken.When PowerApps enters general availability, we will upgrade the metadata of the Common Data Service. Deze wijziging heeft als gevolg dat u nog steeds de entiteiten en apps kunt gebruiken die u al hebt gebouwd voor uw Common Data Service-previewdatabase. U zult in die database echter geen velden of entiteiten kunnen maken.The impact of this change means that you will still be able to use the entities and apps that you have already built against your preview Common Data Service database; however, you won't be able to create fields or entities in that database. Binnenkort zullen wij richtlijnen publiceren voor het maken van een omgeving met een database die de bijgewerkte metagegevens bevat en voor het migreren van uw apps naar die omgeving.We will soon publish guidance on how you can create an environment with a database that contains the upgraded metadata and migrate your apps over to that environment.
Als uw apps die voor uw Common Data Service-previewdatabase zijn gebouwd, ook een aangepaste connector als gegevensbron gebruiken, zullen ze in deze omgeving tijdelijk niet werken omdat alle aangepaste connectors naar de standaardomgeving worden gemigreerd.If any of your apps that were built against your preview Common Data Service database also leverage a custom connector as a data source, they will be temporarily broken in this environment because all custom connectors will be migrated to the default environment. U moet de aangepaste connector in deze omgeving opnieuw maken om alle betrokken apps te herstellen.You'll need to re-create the custom connector in this environment to repair any affected apps.
Preview-gebruiker in de Verenigde StatenPreview user in the U.S. De volgende resources die u tijdens de preview-periode van PowerApps hebt gemaakt, komen beschikbaar in de standaardomgeving van uw tenant:The following resources that you created during the PowerApps preview period will be available in your tenant’s default environment:
- Alle apps die u hebt gemaakt (met uitzondering van apps die verbinding maakten met een Common Data Service-previewdatabase)- All apps you created (except any that connected to a preview Common Data Service database)
- Alle verbindingen en aangepaste connectors die u hebt gemaakt- All connections and custom connectors that you created
- Alle on-premises gegevensgateways die u hebt geïnstalleerd- All on-premises data gateways you installed
Preview-gebruiker buiten de Verenigde StatenPreview user not in U.S. Naast de standaardomgeving ziet u ook een omgeving met de naam "{Azure AD-tenant} (van preview)" die de volgende resources bevat die u tijdens de preview-periode van PowerApps hebt gemaakt:In addition to the default environment, you will also see an environment called “{Azure AD tenant} (from preview)” that contains the following resources you created during the PowerApps preview period:
- Alle apps die u hebt gemaakt (met uitzondering van apps die verbinding maakten met een Common Data Service-previewdatabase)- All apps you created (except any that connected to a preview Common Data Service database)
- Alle verbindingen en aangepaste connectors die u hebt gemaakt- All connections and custom connectors that you created
- Alle on-premises gegevensgateways die u hebt geïnstalleerd.- All on-premises data gateways you installed.
U wordt toegevoegd aan de rol Environment Maker van deze omgeving.You will be added to the Environment Maker role of this environment.

Een preview-gebruiker is iemand die Microsoft PowerApps gebruikt voordat het algemeen beschikbaar (AB) is.A preview user is someone who used Microsoft PowerApps before its release to General Availability (GA).

Twee weken nadat PowerApps algemeen beschikbaar (AB) wordt gesteld, zullen omgevingen die preview-inhoud bevatten, als alleen-lezen worden gemarkeerd (met uitzondering van de standaardomgeving); alle bestaande apps en stromen blijven in deze omgevingen werken, maar u kunt geen apps of stromen maken.Two weeks after PowerApps enters general availability (GA), environments that contain preview content will be marked as read-only (with the exception of the default environment); all existing apps and flows will continue to work in these environments, but you won't be able to create apps or flows. Het is raadzaam dat gebruikers van deze omgevingen hun inhoud migreren naar de standaardomgeving of een andere aangepaste omgeving.We highly recommend that users of these environments migrate their content to the default environment or another custom environment. Raadpleeg de volgende blog (die deze week wordt gepost) voor meer informatie over het migratieproces: Common Data Service features announcement blog (Aankondigingsblog Common Data Service-functies).Please refer to the following blog (which will be posted this week) for more information about the migration process: see the Common Data Service features announcement blog.

Voorbeeldomgevingen voor een preview-gebruiker in de Verenigde StatenExample environments for a preview user in U.S.

Voorbeeldomgevingen voor een preview-gebruiker buiten de Verenigde StatenExample environments for a preview user not in U.S.

Omgevingen voor uw organisatie beherenManaging environments for your organization

Bij de introductie van omgevingen introduceren we ook het PowerApps-beheercentrum, waarin u alle omgevingen kunt beheren die u hebt gemaakt of waarvoor u aan de rol Environment Admin bent toegevoegd.With the introduction of environments, we are also launching the PowerApps admin center, where you can manage all of the environments that you have created or to which you have been added to the Environment Admin role. In het beheercentrum kunt u alle beheerderstaken uitvoeren op een omgeving, waaronder de volgende:From the Admin center, you can perform all administrative actions on an environment, including the following: