Een gegevensverbinding toevoegen in PowerAppsAdd a data connection in PowerApps

In PowerApps voegt u een gegevensverbinding toe met een bestaande app, of met een app die u volledig nieuw bouwt.In PowerApps, add a data connection to an existing app or to an app that you're building from scratch. In dit onderwerp maakt u gebruik van PowerApps Studio, maar u kunt ook powerapps.com gebruiken, zoals in het onderwerp Verbindingen beheren wordt beschreven.In this topic, you use PowerApps Studio, but you can also use powerapps.com, as the Manage connections topic describes.

De gegevensverbinding van uw app kan bestaan met SharePoint, Salesforce, OneDrive of een van de vele andere gegevensbronnen.Your app's data connection can connect to SharePoint, Salesforce, OneDrive, or one of many other data sources.

De volgende stap na het lezen van dit artikel is het bekijken en beheren van de gegevensbron in uw app, zoals in deze voorbeelden:Your next step after this article is to display and manage data from that data source in your app, as in these examples:

  • Verbinding maken met OneDrive en gegevens in een Excel-werkmap beheren in uw app.Connect to OneDrive, and manage data in an Excel workbook in your app.
  • Verbinding maken met Twilio en een sms-bericht verzenden vanuit uw app.Connect to Twilio, and send an SMS message from your app.
  • Verbinding maken met SQL Server en een tabel bijwerken vanuit uw app.Connect to SQL Server, and update a table from your app.

VereistenPrerequisites

Registreer u voor PowerApps, installeer het, open het en meld u aan met dezelfde referenties die u hebt gebruikt om u te registreren.Sign up for PowerApps, install it, open it, and then sign in by providing the same credentials that you used to sign up.

Achtergrondinformatie over gegevensverbindingenBackground on data connections

Voor de meeste PowerApps-apps wordt externe informatie gebruikt (ook wel gegevensbronnen genoemd) die is opgeslagen in cloudservices.Most PowerApps apps use external information called Data Sources that is stored in cloud services. Een veel voorkomend voorbeeld is bijvoorbeeld een tabel in een Excel-bestand die is opgeslagen in OneDrive voor Bedrijven.A common example is a table in an Excel file stored in OneDrive for Business. Apps kunnen toegang tot deze gegevensbronnen verkrijgen via connectors.Apps are able to access these data sources by using Connectors.

De meestvoorkomende gegevensbron is een tabel, die u kunt gebruiken om informatie op te halen en op te slaan.The most common data sources are tables, which you can use to retrieve and store information. U kunt connectors met gegevensbronnen gebruiken om gegevens te lezen en schrijven in Microsoft Excel-werkmappen, SharePoint-lijsten, SQL-tabellen en nog veel meer. U kunt de gegevens vervolgens opslaan in cloudservices zoals OneDrive voor Bedrijven, DropBox, SQL Server, enzovoort.You can use connectors to data sources to read and write data in Microsoft Excel workbooks, SharePoint lists, SQL tables, and many other formats, which can be stored in cloud services such as OneDrive for Business, DropBox, SQL Server, etc.

Er zijn ook andere soorten gegevensbronnen, zoals e-mail, agenda's, Twitter en meldingen.Data sources other than tables include email, calendars, Twitter, and notifications.

Met de besturingselementen Galerie, Formulier weergeven en Formulier bewerken kunt u eenvoudig een app maken die gegevens leest uit en schrijft naar een gegevensbron.Using the Gallery, Display form, and Edit form controls, it's easy to create an app that reads and writes data from a data source. Lees het artikel Gegevensformulieren begrijpen om aan de slag te gaan.To get started, read the article Understand data forms.

Een verbinding toevoegenAdd a connection

  1. Selecteer in het menu File (aan de linkerkant van het scherm) de optie New.Click or tap New on the File menu (near the left edge).

    Optie Nieuw in het menu Bestand

  2. Klik of tik op de tegel Lege app op Telefoonindeling.On the Blank app tile, click or tap Phone layout .

    Een volledig nieuwe app maken

  3. Klik of tik in het middelste deelvenster op verbinding maken met gegevens.In the center pane, click or tap connect to data.

  4. Als de verbinding die u wilt gebruiken in het deelvenster Gegevens in de lijst wordt weergegeven, klikt of tikt u erop om deze aan de app toe te voegen.If the list of connections in the Data pane includes the one that you want, click or tap it to add it to the app. Ga anders naar de volgende stap.Otherwise, skip to the next step.

    Gegevensbron toevoegen

  5. Klik of tik op Nieuwe verbinding om een lijst connectors weer te geven.Click or tap New connection to display a list of connectors.

    Verbinding toevoegen

  6. Blader door de lijst connectors tot u het type verbinding dat u wilt maken, hebt gevonden (bijvoorbeeld Office 365 Outlook). Klik of tik er daarna op.Scroll through the list of connectors until the type of connection that you want to create appears (for example, Office 365 Outlook), and then click or tap it.

    Verbinding kiezen

  7. Klik of tik op Maken om de verbinding te maken en deze toe te voegen aan uw app.Click or tap Create to both create the connection and add it to your app.

    Voor sommige connectors, zoals Microsoft Translator, zijn geen extra stappen nodig, en u kunt de gegevens daarvan direct weergeven.Some connectors, such as Microsoft Translator, require no additional steps, and you can show data from them immediately. Voor andere connectors moet u referenties of een bepaalde set gegevens opgeven, of andere stappen uitvoeren.Other connectors prompt you to provide credentials, specify a particular set of data, or perform other steps. Voor bijvoorbeeld SharePoint en SQL Server zijn aanvullende gegevens vereist voordat u er gebruik van kunt maken.For example, SharePoint and SQL Server require additional information before you can use them.

Weergeven of wijzigen van een gegevensbronView or change a data source

Als u een app bijwerkt, moet u mogelijk de bron van gegevens die wordt weergegeven in een galerie, een formulier of een ander besturingselement met een eigenschap Item identificeren of wijzigen.If you're updating an app, you might need to identify or change the source of data that appears in a gallery, a form, or another control that has an Item property. U werkt bijvoorbeeld aan een app die iemand anders heeft gemaakt of u wilt uzelf herinneren aan een gegevensbron die u een tijdje geleden hebt geconfigureerd.For example, you might be working on an app that someone else created, or you might want to remind yourself of a data source that you configured a while ago.

  1. Selecteer het besturingselement waarvoor u de gegevensbron wilt identificeren.Select the control for which you want to identify the data source.

    Selecteer bijvoorbeeld een galerie (niet een besturingselement in de galerie) door er in een hiƫrarchische lijst van schermen en besturingselementen in de buurt van de linkerrand op te klikken of te tikken.For example, select a gallery (not a control within the gallery) by clicking or tapping it in the hierarchical list of screens and controls near the left edge.

    De naam van de gegevensbron wordt weergegeven op het tabblad Eigenschappen van het rechterdeelvenster.The name of the data source appears on the Properties tab of the right-hand pane.

    Gegevensbron op het tabblad Eigenschappen

  2. Om meer informatie over de gegevensbron weer te geven of te wijzigen, klikt of tikt u Gegevens in het rechterdeelvenster.To show more information about the data source or change it, click or tap Data in the right-hand pane.

    Gegevensdeelvenster

  3. Als u de gegevensbron wilt wijzigen, klikt of tikt u op de pijl-omlaag naast de gegevensbron en kiest of maakt u vervolgens een andere bron.To change the data source, click or tap the down arrow next to the data source, and then choose or create another source.

Volgende stappenNext steps